55. Op Mejuffrouw Elizabet Bikkers van Engelenburg, toen zy Mars, een hondtje, op
haar schoot hadt.
Laat Syrius omhoogh zich voor gelukkigh reeknen.
Dit hondtje, in geluk de hemelhondt gelyk,
Bewoont een hemel vol aanminnelyker teeknen;
Of is 'er onderscheidt in 't helle hemelryk
Van deeze twee te zien? zoo is het hoogst verwonnen:
Want deeze hemel heeft twee schitterende zonnen.