De zeventiende
Is het achter-endt een vliegendt paart; in 't midden ziet men boeken, werreldtkloot en
zwaardt, dat met een olijftak versiert is. Op 't voorste deel staat een burg, daar
vreedepalmen uitsteeken; die van twee gewapende armen omhelst wordt. Op deeze
verschijnt Prins Willem de Tweede: hy heeft de Krijg onder zijn voet. Vreede zit
achter; Neering, Rijkdom en Diana zietmen op de voorste bank verschijnen.
In Willems oogen ziet men 't vuur van Freedrik blaaken.
Zijn dapperheidt wierdt van geen enkle borst omvat.
Een leeuw brengt leeuwen voort, om zich beroemt te maaken.
Hy heeft de dolle Krijg, van menschenbloedt bespat,
In Neederlandt geboeit, tot heil van Landt en steede'.
De Landen bloeien best in schaaduw van de vreede.