De zeevende
Is een groote zeeschelp, die achter van watergooden, die de staarten om elkander
krullen, omhelst, en voor van zeepaarden deur de baaren getrokken wordt. Engelandt,
dat zich in deeze schelp laat zien, steekt haar wapenstandert om hoog. Londen, die een
goude pilaar, daar een kroon en scepter op staat, in haar arm
heeft, vertoont zich voor: Neptunus achter. Ceres en Pomona pronken met haar
vruchten.
Het vruchtbaar Englandt komt haar wettigh Vorst genaaken,
Nu dat zy 't stout Geweldt in boeiens heeft gevat.
Wie brein heeft laat zich tot geen slaaf van vreemde maaken.
Zy komt hem, met Neptuin, en Londen rijk van schat,
De kroon en scepter van 't verwoeste Rijk opdraagen.
Een Oppervorst is licht door weldoen te behaagen.