319. Jas de Schuitevoerder.
Jas zeilt, noch stuurt: maar roeit, waar dat hy met zyn schuit vaart.
Hy vaart door 't roeien wel, gelyk hy zelver melt.
Een ander man wordt arm, wanneer hy achter uit vaart:
Maar Jas vaart achter uit, en wordt heel rijk van geldt.