Zeeker vaader door zijn dochter in de gevangenis met haar zog &c.
Hier weet de dochter zich naar 's vaaders mondt te buigen.
Hy dronk in volle weeldt nooit liefelijker toog.
Als hy nu zuigt, van die hy zelf eerst leerde zuigen:
Want hy herleeft door 't zog, dat zy wel eertijdts zoog
Uit 's moeders borsten, waardt zoo waardt een kindt te laaven.
Het zwaardt des hongers wordt door loosheidt uitgelacht:
De doodt te loor gestelt met haar ontbloote graaven.
Een eerelijk bedrog wordt loffelijk geacht.
Zoo wordt een deugdtzaam kindt de moeder van haar vaader:
De vaader weêr, door ramp, zijn dochters liefste kindt.
Wie dat zijn vaader helpt uit klem van een verraader,
Betoont niet meer dan plicht: maar plicht wordt dier bemindt.
Een die zijn plicht voldoet wordt dubbel' eer gegeeven.
Wie 's vaaders leeven stut zal naar zijn vaader leeven.