Op de schilderij van Joannes den Dooper, ten huize van den Heer Dokter Joan van
Hartogveldt, scheepen en Raadt der Stadt Amsterdam.
Hier spreekt Joannes in d'Assiersche wildernissen:
Hy bindt all' ooren aan de keetens van zijn woordt.
Men tast de menschen best, door 't oor, in hun gewissen.
De Stem van Godt ontziet noch krijgsvolk, heet op moordt,
Noch Jooden vol bedrogh. dit zijn geen doode verven.
Ik hoor de boettrompet tot schrik van 't aardts geslacht.
Zoo leert men sterven, om te leeven na het sterven.
Een die zijn moedt bedwingt betoont zich groot van kracht,
En klimt, langs 't kruis, door 't hel gestarnt in 's hemels zaalen.
Wie dat de hel bestrijdt zal eeuwigh zeegepraalen.