6. Water.
Het Aardtryk heeft een vorm: maar 't heeft geen vruchtbaarheden.
Haar zaadt is zonder nat niet dan een zielloos beeldt.
De vormen zyn voor 't oog: maar 't oog is zonder reeden.
All' d'aardt verstikt van dorst en heeft nooit vrucht geteelt,
Of ik quam met myn kracht haar drooge borst deurdringen.
Door water maakt zich d'aardt de moeder aller dingen