505. Gees en Giel.
Gees wenst van Giel, haar man, een lichterman te maaken;
Maar zy weet aan haar wens, klaagt zy, niet wel te raaken:
Want eerst verdronk hy 't geldt, nu vangt hy 't dobblen an.
Giel kreegh geen lichter, en Gees kreegh een lichter man.