Skip to content
1662

Alle de gedichten. Deel 1

Jan Vos

De vyftiende Is het voorste deel een Faam; het achter-endt een Vrouw die een star op haar hooft heeft; zy stort uit een vat, dat zy onder haar arm heeft, allerleie rijkdommen; in 't midden ziet men niet dan wapens. Op deeze zit de Dankbaarheidt, en voert het wapen van d'Algemeene Staaten: Mildtheidt en Stilzwijgentheidt bekleeden bey haar zijden: de twee gevleugelde kinderen, die voor haar staan, ontvouwen een Oranjesluier, daar de Mildtheidt, de hooren van overvloedt, die vol schatten gepropt is, door order van Dankbaarheidt, in leedigh stort, om de Prinselijke diensten,

gelijk zy van oudts her gedaan heeft, met koninglijke giften te beschenken.

De Krijgsdeugdt hoort haar lof van braave dochters zingen: Maar 't is te kleen een loon voor een Nassouwsche moedt. Wie groote luister heeft vereist de grootste dingen. De Dankbaarheidt, het grootst', verschijnt hier met haar stoet, En naadert met haar schat d'Oranje wapendaaden. De Krijgsdeugdt past een krans van goude lauwerblaaden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.