Skip to content
1662

Alle de gedichten. Deel 1

Jan Vos

41. Aan Mevrouw Maria Herewyn, Gemaalin van den Eed. Gestr. Heer Jeronimus Koeimans, Ridder.

Ik ben Apol, zegt gy; maar 't blykt niet aan myn dichten. Dat lauwerdraagendt hooft heeft een beroemder schacht. Een pen daar geest in is heeft loffelyke kracht. Door wysheidt kan men al wie oordeel heeft verplichten. Gy zyt, dit zet ik vast, Minerve vol van geest. Godinnen zyn weleer in menscheschyn geweest. Zoo gy myn oog bedriegt, uw tong zal 't my doen hooren. De wysheidt van Minerf verbergt men niet voor d'ooren.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.