D'Eerste vertooning
Is in de hel. Pluto, Kooning van d'afgrondt zit in een yzere troon; Radamant, Eakus on
Minos, helsche Rechters, bekleeden bey zyn zyden: Alekto, Megera en Tisifone, drie
raazeryen staan met fakkels achter de zeetel. de Tweedraght stapt, al brullende, voor
uit. de Staatzucht geeft het Oorlogh haar bloetdorstige Dochter, een slagzwaart:
Geweldt, Moordt, Wraak en Doodt gespen haar een harnas aan. Gierigheidt,
Eigenbaat, Roovery, Dronkenschap, Meineedigheidt Bedrogh, Onkuisheidt,
Bloedtschandt, Schrik en Vrees, haar lyftrouwanten volgen deze werreldtplaag.
charon, veerman van de hel, maakt zyn boot gereet op hoop van bebloede zielen te
laaden. In 't verschiet ziet men Sisifus de steen draagen, Ixion het rat drayen,
Prometheus van de Gier pikken, en de Danaïden water in 't bodemlooze vat gieten.
Hier ziet men 't helsche ryk met haar vervloekte schaaren,
De Vorst van d'afgront stuurt zyn gruwelen naar d'aardt,
De Tweedraght stapt voor uit, om watertwist te baaren.
De Staatzucht geeft den Kryg 't blootdorstig oorloogszwaart.
Al wat de hemel haat volgt haar met snelle schreeden.
De Hel is moeder van vervloekt' afgrijslijkheeden.