621. Melpomene.
Melpoom vertoont zich staâgh met treurgewaadt behangen.
De traanen bigglen langs haar doodtsche kaaken af.
De droefheidt heeft vermaak in naare lijkgezangen.
Zy volgt de dooden naar, en schreit tot op het graf:
Maar wat doorluchtigh is behoutz'er eeuwigh buiten.
D'onsterfelijke deugdt is in geen graf te sluiten.