De dertiende
Is het achter-endt een vliegendt paardt; in 't midden ziet men boeken, werreldtkloot en
zwaardt, dat met een olijftak versiert is. Op 't voorste deel staat een burg, daar
vreedepalmen uit spruiten; die van twee armen omhelst wordt. Op deeze verschijnt
Prins Willem de Tweede: hy heeft de Krijg onder zijn voet. Vreede zit achter, Neering,
Rijkdom en Diana zietmen op de voorste bank verschijnen.
In Willems oogen ziet men 't vuur van Freedrik blaaken.
Zijn dapperheidt wierdt van geen enkle borst omvat.
Een leeuw brengt leeuwen voort, om zich beroemt te maaken.
Hy heeft de dolle Krijg, van menschenbloedt bespat,
In Neederlandt geboeit, tot heil van Landt en steede',
De Landen bloeien best in schaaduw van de vreede.