De viertiende
Vertoont een leeuw die half onder een schildt leit, daar een vos op zit. Achter, in
schaaduw van een Oranjeboom, staat een Vrouw, die een momaangezicht voor heeft,
en de vinger op haar mondt leit. Op deeze staat Prins Willem d'Eerste; hy is onder zijn
tabbert geharnast. Dwingelandy en Moordt worden door de Prins, die Pallas en
Vryheidt by zich heeft, gebonden.
Hier ziet men Willem, vol van Staat- en oorlogsstreeken.
Zijn hart verbergt een Leeuw, en 't hooft een schrandre Vos.
Hy heeft de keeten van 't Geweldt door list, doen breeken.
Zoo raakt de Vryheidt, die gekluistert was, weêr los.
De weêrwraak van Filips deedt hem door 't moordtschut sneeven.
Wie voor de Vryheidt sterft zal door zijn doodt herleeven.