Op de vyfde Vertooning, Eeuwige Vryheidt.
Het strijdtber Neêrlandt vocht om Vryheidt en om Vreede,
Hier maakt het groot Nassau haar vollikrijke steede'
Naar 't bloedig vechten vry. hy helpt haar aan de hoedt,
En breekt het Graaflijk juk, dat Karel stoudt van moedt
Haar op de schouders smeet, en maakt de staale banden,
Daar d'overfiere Leeuw, die staag na vryheidt branden,
Ruim zeven eeuwen aan geslooten lagh, weêr los.
Zoo laat de felle wolf, in 't spoorelooze bosch,
Een overheerde stier, als hy zich ziet bezetten
Van harders, ongequetst. elk schrijft zijn eigen wetten.
't Geluk belonkt de steên. de verwelooze Nijdt
Staat achter 't Staatsch Geluk, en knaagt, uit enkle spijt,
Haar eigen ingewant. de Vreede toont Euroope,
Omheint van Vorsten, roodt van broederbloedt bedroope',
Hoe Spanje, door 't ontslaan van 't roembaar' Neederlandt,
Augustus eeuw genaakt, en vett' olyven plant.