Winter.
De Winter wraakt het landt om 't water te betreeden,
En dost zich heel met bont, eer haar de koudt verrast.
Wie op een ander steunt zoekt niet dan maklijkheeden.
Zy mest haar by het vuur van alle zorg ontlast.
Een zorgelooze geest begeert geen smart te leyen.
D'onvruchtbre Winter leeft door 't zweet' der zoomertyen.