Op 't kindt van den E. Heer Paulus Barbette, Geneesmeester
t'Amsterdam.
Mit dat Barbett' den mensch, in spijt der Doodt, deedt leeven,
Ontstak de Doodt. en riep: de kunst gaat my te vart.
Voort heeftze, door haar pijl, zijn zoon in 't graf gedreeven.
De Vaader schrikt' in 't eerst: maar nu, tot wraak getart,
Spant hy zijn krachten t'zaam, en stuit de Doodt in 't woeden.
De wraak is loflyk als men wreekt om 't volk te hoeden.