420. Katrijn kocht te borg, en zwoer, als zy gemaant wierdt, dat zy betaalt hadt.
Katrijn koopt alles: maar men ziet haar niet besteeden.
Wie dat haar borgt en maant, betaalt zy voort met eeden.
Is dit voor niet? och neen: wie dat dit waant die dwaalt.
't Is dier al wat men met zyn zaaligheidt betaalt.