In de zevende Vertooning
Ziet men den Heer Van Opdam; hy heeft Gerechtigheidt, Voorzichtigheidt en Kracht
aan zyn zy. de Neederlanden neemen hem den eedt af van getrouwigheidt. terwyl hy
zijn rechtehandt om hoog steekt om te zweeren, heeft hy in de slinke een speer met een
hoedt, die hem de Vryheidt streng belast te bewaaken. De Tydt verandert de
rouwvlaggen van Tromp en Gaalen weeder in roode. de Steeden wenschen het
Zeehooft geluk.
Noch staat de Staatsche Staat, naa 't vallen van twee helden.
Men draagt Opdam 't gezag van t waterleger op.
Hy zweert, vol moets, te gaan in Thetis blaauwe velden.
De Tijdt verjaagt de rouw, en haalt de vlag in top.
De Steeden wenschen heil aan d'een der Wassenaaren.
Men wacht de scheepskroon op zyn hooft vol lauwerblaâren.