Afneeming van Christus.
Hier wordt de Zoon van Godt van 't steile kruis genoomen.
Zoo nam hy ons van 't kruis daar Adam ons aan bondt.
Wie dat in 't kruis gelooft kan 't helsche heir betoomen.
De ziel, doodtkrank door zondt, wordt door zijn doodt gezondt.
O wreede noodigheidt die 't leeven hebt doen sterven!
Gy zijt het scherpe zwaardt dat 's moeders hart doorstak.
Een innerlijke wondt kan 't uiterlijk bederven.
Hier hoeft noch aloë, noch myrr', noch balssemtak,
Om 't lichaam uit de tandt van 't haatlijk rot te trekken.
Maria stort een vloedt van traanen; neen: het zijn
Gesmolte paarelen, die uit haar oogen lekken.
Zoo wast, zoo zilt zy 't lijk, noch roodt van bloedtrobijn:
Maar 't is vergeefs, de ziel is voor een poos geweeken.
Die waare Herkles breekt de helpoort door zijn kruis.
Wie all's kan maaken heeft de macht om all's te breeken.
Hy boeit de zielemoordt in 't onderaardtsche huis.
Zoo zal hy zeegerijk, met vlees bekleedt, verrijzen.
Wie Christus leeven volgt hoeft voor geen doodt te yzen.