d' Vyt-lachende Fama.
NU vlieght de worrek denrin bossen bergh en dal,
De spottelyke Faam, en schatert over al,
Daar sluypt den Schyter heen, die Mars wou gaan beletten,
En sonder slach of stoot de Stadt Maastricht ontsetten,
Ha, ha, ha, ha, ha, ha, wat haalt de man een lof,
Ey siet de Loobes gaan, de steert die is hem of.