Skip to content
1642

Zinne-beelden, oft Adams appel

Jan Veen

XXII.

Qnelconque de l'orgueil'ou de l'hautain desiste, Acquist ridiculeux le nom d'anabaptist.

XXII.

Het Hart om hoogh en 't oogh na't Graf, Dat schaft de praal en hooghmoedt af.

HOe moedigh draayt en praalt de Paeuvv op synne veeren Op syn verheven steirt of an-gebooren kleeren, Maar als hy nedervvaarts op synne voeten siet, Ontsinkt hem moet en steirt en acht dan alles niet: 'kWensch haar die 't rottigh vleysch en mottige gebeenten, Vercieren met gevvaat en Edele gesteenten, En blinken van het Goudt en glimmen van Satynr, Ook deden als de Paeuvv, en sagen vvatse syn, En letteden op't 'tGraf, en dachten op het sterven, Hoe dat de zond'de Ziel, de pieren 'tlijf verderven, Wie nu niet gaat gepronkt, gekoordt, geboordt, ghelist? Die heetmen al geveynst, en spottelijk Mennist.

Quel'conque de l'orgueil ou de l'hautain desiste, Acquist ridiculeux le nom d'anabaptiste.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Zinne-beelden, oft Adams appel · Jan Veen · Poetry Cove