Skip to content
1642

Zinne-beelden, oft Adams appel

Jan Veen

Rey.

ARnold en ghy Hillegonde Dat ik nu wat spelen konde Tot een lust vermaakt en lof Om u Feeste te vereeren, 'k Sou my als een Switser weeren, Maar mijn Rietjen is te grof, Grof, of fijn, 't moetlijckwel klinken, Ist wat lam soo mach het hinken, Als mijn slinker voet nu doet, Doch die is by kans genesen, 't Moet soo inde Werrelt wesen, Hallef tusschen mal en vroet. Die hier al de Wijsen prysen, Die en prijs ik voor geen Wysen, Werrels Wijsen zijn by Godt Gansch en al voor nul gerekent, Want hy heeftse soo getekent, Voor den Heere zijnse sot. Die te hoogh ten Hemel zeylen, Die te diep den Afgront peylen, Die door kloeckheyt 't Recht verkeert, Die daar wanen te bedieden, 't Wonder datter sal gheschieden, Dat zijn Gecken seer geleert. De Geleerde mogen Rechten. De Soldat en mogen Vechten, Ende Campen om den bityt,

En de Kokx de Sausen proeven, De Studenten mogen schroeven, 'k Houdet met mijn Harders Fluyt. Daar wil ik me quinkeleeren, Daar me God den Heer der Heeren Loven na mijn slechtigheyt, Die ik bidde, dat u Croone Onder-stutte, ende toone, 't Paatjender Gerechtigheyt. Ik wil uwe Namen vlechten, God wil uwe harten hechten Met een trouwe Gulden Bant, Adelaar sal Boetselaartje, Boetselaar sal Adelaartje Minnen met een kuysche Brant.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Zinne-beelden, oft Adams appel · Jan Veen · Poetry Cove