't Vier-en-veertichste zinne-beeldt. Stemme: De pyn van Thirsus is verdweenen.
O Ghy Tiran van u gesinne. Die pruylt in huys en lacht op straat, Vergalder vande trouwe minne, Wie isser die u niet en haat? Foey Knorre pot, foey Grijnne-byter, Foey eere-loose Wijve-smyter.
O Cocodril hoe kost ghy schreyen, En veynsen in u vrijery, Hoe liept ghy janken ende vleyen, Van geyle gloet soo branden ghy, Foey Knorre-pot, foey Grijnne byter, Foey eere-loose Wijve-smyter.
Ghy swoert (met zuchten ende weenen) By Godt (die 't al is openbaar,) Indien ghy mocht met haar vereenen, Daar soude sijn nooyt liever paar, Foey Knorre-pot, foey Grijnne-byter, Foey eere-loose Wijve-smyter.
't Was om het geldt niet om de Vrouwe, Of lessing van u geyle pijn, Dat gh' u verknoopten inde trouwe, Voorwaar ten kan niet anders sijn, Foey Knorre-pot, foey Grijnne-byter, Foey eere-loose Wijve-smyter.
Want doe ghy uwe Satirs lusten, Onkuysch en heyloos had't gheboet, Op Ammons wijse ghy haar kusten, Niet met de Mondt maar mette Voet, Foey Knorre-pot, foey Grijnnebyter, Foey eere-loose Wijve-smyter.
Het lichte stro is licht ontsteeken, En gaat ook lichtelijken uyt, Dit 's aen u lichtmis wel gebleeken, Ghy over-geeven lichten Guyt, Foey Knorre-pot, foey Grijnne-byter, Foey eere-loose Wijve-smyter.
U brandt is door onreyne druppel Gedooft, tot merkelijk verdriet, Wat Venus voeght dat scheyt de kluppel, Maar soo ift met een Christen niet, Foey Knorre-pot, foey Grijnne-byter, Foey eere-loose Wijve-smyter.
Een Vrouw is al te veel geslagen, Met pynne droef heyt en ellendt, In 't baaren en in 't kinder-draagen, Waar door haar Gode zaligh kendt,
Foey Knorre-pot, foey Grijnne-byter, Foey eere-loose Wijve-smyter.
Ghy Turkschen Tijger, Helle-stichter, Ghy wreeden Wolf op 't soete Lam, Foey schaamt u ghy krakeelen dichter, Ghy Blaasebalch van vuir en vlam, Foey Knorre-pot, foey Grijnne-byter, Foey eere-loose Wijve-smyter.
O Beul! indien haar quade leeven, Of boosheyt u een oorsaak gaf, Soo mochtmen 't u ten deel vergeeven, En denken 't is verdiende straf, Foey Knorre-pot, foey Grijnne-byter, Foey eere-loose Wijve-smyter.
'k Wensch u een Wijf deese daagen, Wanneer u goede' is over le'en, Die u soo vreeselijk mach plaagen, Dat u bespottet jeder een, Foey Knorre-pot, foey Grijnne-byter, Foey eere-loose Wijve-smyter.
O ghy Tiran van u gesinne, Die pruylt in huys en lacht op straat, Vergalder van de trouwe minne, Wie isser die u niet en haat? Foey Knorre-pot, foey Grijnne-byter, Foey eere-loose Wijve-smyter.
Cookies on Poetry Cove