Op de stem: Het vinnich stralen vande Son, &c.
OVeen-luy soo'k je bidden machEcho Com staack je, werk ey nadert,hey nadert, En hou doch Sabbath desen dach Om die hier zijn vergadert.vergadert. Dat jeder met syn Harderin Om't soetste vrolijk quele,ik quele. En tot een lof van trouwe min Sich voege tot den spele.en spele. Vereent u stem aen luyt en fluyt De soete Bruyt ist waardich,s'ist waardich. Becrans haar mettet eelste kruyt En Floraas pronk hovaardich.o vaardich. Den Bruygom past een lauw'ren croon Wilt met te groenste bladenbeladen. Beladen Ian Ooms jongste soon, Ey spoed u het is spade.'t is spade.
Wel hem die sonder bloets verlies Alleen door Godes zegede zege De zege kreegh van 't Gulden Vlies En 't Schaap daar by bedege.te dege. Dit won hy op syn Iason niet. Maar vry met grooter eeren,ter eeren. Ter eeren van syn Magariet Danck sy ons alder Heere.der Heeren. Wenschet dat de Heer geen heyl en spaer, Maer alle luk te sameversame. Voor dit spick-spelder-nieuwe paar, Een jegelijk seg Amen.'kseg Amen.
Daar me besloot Oom-Jan dit cort eenvuldich Liet, En ging doe (soo het scheen) om pijpjes na het riet, Van meyninge daer mee (in velden, bosschen, bergen) Te neuren syn gedicht, om Echo wat te tergen, En riep oock na'tgesang op 't eynde van 't geluyt. Dit lach my boven't hart; o vrinden't moster uyt. De swangere van vreucht can niet als blijschap baren En moet of min of meer daar yets van open baren; 't En can niet anders zijn, ist vaatjen vol geneucht, 't En geeft niet anders uyt als aengename vreucht. Hoe swolme lest het hert doe 'k van dit hylik hoorden, De buyren riep ik an en stamerde met woorden, Den yver was te groot, het wou daar seffens uyt, Ten lesten met een barst Margrietjen is tie Bruyt. En heeft tot Bruydegom een uyt de outste Veenen, Waar van ik u daar na een praatjen sal verleenen. Hier mede sweegh hy stil, anschouwende de lucht, Onanghesien verheucht heeft lyke wel gesucht. 't Gunt hy ten Hemel sond door blijkelijke reden, Mts hy sich neder boogh en storte syn gebeden, En heeft die corteling op maat en rijm geset, Gelijkmen lesen mach, dus luyde syn gebedt.
Cookies on Poetry Cove