Skip to content
1642

Zinne-beelden, oft Adams appel

Jan Veen

Ode.

Hy, die daer sit op 't hoogste hoog, En heeft den afgront voor het oog, Wien, nacht no h duyst re Mijnnen, Geen duvsterheyt en schijenen. Voor wien, dat al 't gedachte klinkt, Voor wien, dat al t verheven sinkt,

Die, wat oyt is bedreven, Heeft sonder schrift beschreven, Wien Israel de zege gaf, En ook onthiel (tot ware straf) Die straft en salft met reden, Noch op den dagh van heden. Dien selfden Godt (noyt uyt-geroemt, Noyt uyt-gelooft, noyt uyt-genoemt) Geeft zege, heyl, en plagen, Na dat wy ons gedragen. Ist Godt die alle dingen stiert? Waaromme raast dan 't ongediert? Watschert haat dus te kryten Godts daat de mensch te wyten. Bet-weters wijt ghy 't 'smenschen daat? Het weynigh dat ons tegen gaat, Soo wijt ick 't u verwijters, Ghy Coloquintsche krijters. U vuyle ongeregeltneyt, U tonge daar de gal op leyt, Doet ons dees' straf genieten, Soo 't aars een straf mach hieten, 't Rapsodius is wel gesint, Soo lange als het gaat voor-wint, En 't luk blyft by haar woonnen; Soo-syn 't heel moye boonnen. Maar alsmen eens de Boelijn vest, Dan gaanse zee-siek na de nest, En-op de Schipper schelden, Die moet het dan misgelden. De meeste meesters van 't geraas, Syn Pelgrims die hier soeken 't aas, En op een stro-wis landen, An onse vrye stranden. Verbastert en verbeest geslacht, Is 's Princen roem uyt u gedacht,

d Onsterffelijke daden, Ghedaan door Godts genaden. Saleen geleende Schenke-schans, Nu doen verdorren fijne Crans? Ey! oordeel eens rechtvaardigh, Doch, 't is gheen antwoort waardigh, Al droeghmen yemant noch soo veer, En stelden hem eens onsacht neer, Schoon buyten wil of weten, De deught sal sijn vergeten, Hierom besluyt ik voor net left, Het leste heught de narren beft, De nar ren sijn aan 't hollen, Wacht u voor RASE-BOLLEN.

Insicht. Wat is des vyants winst en kans? Een houdeloose Schenke-Schans, Een Vlot, daar op een aarden-wal, Een dat, een wat, een niet-met al, Een luk, van korte vreughd' en moet, Een winningh die hem schade doet, Dies alsmen 't wel te recht besiet, Soo ist een op-gepronkte niet, Ja, min als niet, want 't gunt hy heeft, Hem meerder ramp als voor-deel geeft.

Seyt yemant dattet ons ook smart, De pijn en gaat ons niet an 't hart.

Stuer Recht.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Zinne-beelden, oft Adams appel · Jan Veen · Poetry Cove