Skip to content
1637

Over-zeesche zege en bruylofts-zangen

Jan Veen

Rey van d' Amstelsche Harderinnen,

Op de Stemme:

Ghy Amoureuskens dom van sinnen, &c. Want Venus ende Wijn, Die trecken eenen lijn, &c.

Harderinnen.

ONs blijtschap is vermenght met schreyen, Waar vintmen hier volkomen vreugt, Laas ANNA die wil van ons scheyen, Sy wil verlaten onse Jeught, Segh ons O Harderin Geweyffelde Vrindin De re'en De welk' u de'en Verlaten veel om een.

Harders Rey.

Ghy Harderinnen weet wel beter, Al piept ghy sijnder als een Riet, Ghy waart veel liever an de veter, Als die ghy met het Cransken siet, Sy kiest een beter deel, Van hallef wertse heel, SY laat d'Eensame staat Is dat een vreemde daat?

Harderinnen.

Haar Cransje sal wel haast verdorren, Maar onse Groente blijft ons by, Ons' doen sal niemant niet beknorren, Wy leven lustigh rustigh bly, Wy sijn vry onbemoeyt, Maar sy is vast geboeyt, Wy gaan De ruyme baan Zijn niemant onderdaan.

Harders.

Wat seght ghy wulpsche Harderinnen? Wat spreekt ghy tegen u gemoet? De werrelt die bestaat in't Minnen, Ghy brant en swelt van minne bloet, Ghy laakt het met de mont, Maar prijst het inde gront Voor goet, En denkt hoe soet Het snobb'len wesen moet,

Harderinnen.

Wy willen met u niet meer praten, Ghy Harders sprint ons al te grof, Het schijnt de Bruyt wil ons verlaten, Een yeder neme Oorelof, En wenschen dat de Heer Sijn zegen tot haar keer, Dees' twee Zy rust en vree Hier en hier namaals mee.

Stuer Recht.

J. vander Veen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Over-zeesche zege en bruylofts-zangen · Jan Veen · Poetry Cove