Skip to content
1637

Over-zeesche zege en bruylofts-zangen

Jan Veen

Klacht,

Rey vande Veluwsche Boeren,

Op de stem: Het vinnigh stralen vande Son.

1. GHy die besit des Hemels stoel, En rust dijn voet op Aarden, Hebt doch van onse smart gevoel, O God van grooter waarden.

2. Anschouw ons over groot' ellent, Ons' Zoonnen gaan verloren, Ons' Dochters worden heel geschent, En wy geschat geschoren.

3. Wy worden heel verbrant berooft, Daar neven noch gevangen, Men woelt ons stricken om het hoost, En werden half gehangen.

4. 'k En weet niet wat verscheyden pijn, Daar sy ons mede krencken, Duc d'Alba moet verresen zijn, Wie sou dit aars bedencken.

5. Verresen is hy voor gewis, Met Beulen uytter hellen, Die even inde duysternis Sijn swarte ziel soo quellen.

6. Och slaat u oogen eenmaal ne'er, O Heer op uwe Knechten, Wy hebben laas verdient veel meer, Soo ghy met ons wilt Rechten.

7. Maar neen u goedertierenheyt, Die eeuwighlijck sal dueren, Ontsteken met barmhartigheyt, Sal enden onse trueren.

8. Den val-strick die ons is geleyt Van Henderick den Jager, Breeck haast ontwee, en straf bereyt Voor desen Boeren plager.

9. Verblint sijn oogen en verstant, Vermeng met duysent vresen, Sijn nieren, hart en ingewant, Verdut sijn gantsche wesen.

10. Geeft Heere dat hy vloeck den dach, Doen hy in Veluw landen, En dat hy lang' beklagen mach, Dit moorden, roven, branden.

11. Ons dunckt alre o groote God, Dat ghy verhoort ons klagen, En onsen vyant tot een spot, Wel dapper hebt geslagen.

12. Wy weten dat ghy wreken sult, 't Geschrey van Weeu'w' en Wesen, Waar van den Hemel is vervult, Dies moet ons' quaal genesen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Over-zeesche zege en bruylofts-zangen · Jan Veen · Poetry Cove