Skip to content
1637

Over-zeesche zege en bruylofts-zangen

Jan Veen

Ode.

HY, die daar sit op 't hoogste hoog, En heeft den afgront voor het oog, Wien, nacht noch duyst're Mijnnen, Geen duysterheyt en schijnnen. Voor wien, dat al 't gedachte klinkt, Voor wien, dat al 't verheven sinkt, Die, wat oyt is bedreven Heeft sonder schrift beschreven,

Wien Israel de zege gaf, En ook onthiel (tot ware straf) Die straft en salst met reden Noch op den dagh van heden, Dien selfden Godt (noyt uyt-geroemt, Noyt uyt-gelooft, noyt uyt-genoemt,) Geest zege, heyl, en plagen, Na dat wy ons gedragen: I st Godt die alle dingen stiert? Waaromme raast dan 't ongediert? Wat schort haar dus te kryten? Godts daat de mensch te wyten. Bet-weters wijt ghy't 'smenschen daat? Het weynigh dat ons tegen gaat, Soo wijt ick 't u verwijters, Ghy Coloquintsche krijters. U vuyle ongeregeltheyt, U tonge daar de gal op leyt, Doet ons dees' straf genieten, Soo 't aars een straf mach hieten. 'tRapsodius is wel gesint, Soo lange als het gaat voor-wint, En 't luk blijft by haar woonnen, Soo zijn 't heel moye boonnen. Maar alsmen eens de Boelijn vest, Dan gaanse zee-siek na de nest, En op de Schipper schelden, Die moet het dan misgelden, De meeste meesters van 't geraas, Sijn Pelgrims die hier soeken 't aas, En op een stro-wis landen, An onse vrye stranden. Verbastert en verbeest geslacht, Is 's Princen roem uyt u gedacht? d'Onsterffelijke daden Gedaan door Gods genaden. Sal een geleende Schenke-Schans? Nu doen verdorren sijne Crans? Ey! oordeel eens rechtvaardigh, Doch, 't is geen antwoort waardigh, Al droeghmen yemant noch so veer, En stelden hem eens onsacht neer; Schoon buyten wil of weten, De deught sal zijn vergeten. Hierom besluyt ik voor het lest, Het leste heucht de narren best, De narren zijn aan 't hollen, Wacht u voor RASE-BOLLEN.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Over-zeesche zege en bruylofts-zangen · Jan Veen · Poetry Cove