Af-rekening.
AL vloot ghy (Papenheym) in d'onder-aartsche Rots, g'En sult geensins ontgaan de strenge geessel Godts,
Den Hemel is van spijt en gramschap op-geswollen,
Den toorne Godes rookt, de rampen zijn an 't rollen,
Den diamanten Throon door sijn verbolgen stem
Die davert dreunt en trilt, en 'tsiddert onder hem,
De seven Hemelen met hare Firmamenten,
De Sterren, Zon, en Maan, en alle d'Elementen,
Zijn Coortsich van de vloek die u betreft (Vulcan)
'tGelt u Godlose Romp en Ziele (o Tiran)
Vliet waar ghy vlieden kunt geen plaatze en is u veylich,
g'En vliet niet uyt het Oogh des alder-grootsten Heylich,
Ghy hebt op u gelaan (int korte wel geseyt)
Een schandt tot 'swerrels eynt, een zonde in eeuwicheyt.