Skip to content
1637

Over-zeesche zege en bruylofts-zangen

Jan Veen

Het gekal is over al.

MEn sou door Cijffer-kunst te recht nau konnen stellen, 't Getal der Nimphen die de vlugge Faam versellen, Op aarde en is geen plaats' daar menschen zijn geteelt, Of zy en heeft daar van al vry een groot gedeelt, Op aard' is geen geslacht behalven d'aart der stommen, Of sy en heeft daar van al min of meer bekommen,

s'En draaght geen onderscheyt, maar neemt gewilligh an, Die maar het tonge-bladt een weynigh roeren kan, Dies is het dan genoech, dat wy dit laten dryven, En dat wy maar alleen het speule-gaan beschryven Van die, die wert genaamt Goddinne van 't Gerucht, Wiens Exterige sang vervullet aard' en lucht.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Over-zeesche zege en bruylofts-zangen · Jan Veen · Poetry Cove