Skip to content
1637

Over-zeesche zege en bruylofts-zangen

Jan Veen

Antvvoord van Urania, een der negen Musen.

TE bidden, ô Appol! waaromme niet gheboden? Wat zijn wy laas? helaas! dat een der grootste Goden Ons smeken sou, of ist, tot proeve, les, of leer? O neen, noyt soo verwaant 't an-matighen dees eer. Gebiedt, gebiedt, gebiedt, ik spreke voor ons allen, Die hier (ghelijk als ik) voor u te voete vallen: Wy bidden, ô ghebiedt, 't gheschiede na u schik, Wee yemant onder ons, die daar eens tegen kik.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.