Skip to content
1637

Over-zeesche zege en bruylofts-zangen

Jan Veen

Insicht.

WAt is des Vyants winst en kans? Een houdeloose Schenke-Schans: Een Vlot, daar op een aarden-wal, Een dat, een wat, een niet-met al, Een luk, van korte vreughd' en moet, Een winningh die hem schade doet.

Dies alsmen 't wel te recht besiet, Soo ist een op-gepronkte niet, Ja, min als niet, want 't gunt hy heeft Hem meerder ramp als voor-deel geest. Seydt yemandt dattet ons ook smert, De pijn en gaat ons niet aan 't hert.

Seydt yemandt dat het ons ook smert, Men antwoordt, neen: maar 'tklemt het hert, En knaaght de ziel van Neske-bol, Die nu de Gal braakt in sijn hol: Daar zit den Bunzing neer-gehukt, Als of hy Almanacken drukt. O Hoe sweet de knecht.

Stuer Recht.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Over-zeesche zege en bruylofts-zangen · Jan Veen · Poetry Cove