Insicht.
WAt is des Vyants winst en kans?
Een houdeloose Schenke-Schans:
Een Vlot, daar op een aarden-wal,
Een dat, een wat, een niet-met al,
Een luk, van korte vreughd' en moet,
Een winningh die hem schade doet.
Dies alsmen 't wel te recht besiet,
Soo ist een op-gepronkte niet,
Ja, min als niet, want 't gunt hy heeft
Hem meerder ramp als voor-deel geest.
Seydt yemandt dattet ons ook smert,
De pijn en gaat ons niet aan 't hert.
Seydt yemandt dat het ons ook smert,
Men antwoordt, neen: maar 'tklemt het hert,
En knaaght de ziel van Neske-bol,
Die nu de Gal braakt in sijn hol:
Daar zit den Bunzing neer-gehukt,
Als of hy Almanacken drukt.
O Hoe sweet de knecht.
Stuer Recht.