Skip to content
1637

Over-zeesche zege en bruylofts-zangen

Jan Veen

Rey.

ARnold en ghy Hillegonde Dat ik nu wat spelen konde Toreen lust vermaak en los, Om u Feeste te vereeren. 'k Sou my als een Switser weeren, Maar mijn Rietjen is te grof.

Grof, of fijn, 't moet lijkwel klinken, Ist wat lam soo mach het hinken, Als mijn slinker voet nu doet, Doch die is bykans genesen, 't Moet soo inde Werrelt wesen, Hallef tusschen mal en vroet.

Die hier al de Wijsen prysen, Die en prijs ik voor geen Wysen, Werrelts Wijsen zijn by Godt Gansch en al voor nul gerekent, Want hy heeftse soo getekent, Voor aen Heere zijnse sot.

Die te hoogh ten Hemel zeylen, Die te diep den Afgront peylen, Die door kloekheyt 't Recht verkeert, Die daar wanen te bedieden 't Wonder datter sal geschieden, Dat zijn Gecken seer geleert.

De Geleerde mogen Rechten, De Soldaten mogen Vechten. Ende Campen om den buyt, En de Kokx de Saufen proeven, De Studenten mogen schroeven, 'k Houdet met mijn Harders Fluyt.

Daar wil ik me quinkeleeren, Daar me God den Heer der Heeren Loven na mijn slechtigheyt, Die ik bidde, dat u Croone Onder-stutte, ende toone 't Paatjen der Gerechtigheyt.

Ik wil uwe Namen vlechten, God wil uwe harten hechten Met een trouwe Gulden Bant, Adelaar sal Boetselaartje, Boetselaar sal Adelaartje Minnen met een kuysche Brant.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Over-zeesche zege en bruylofts-zangen · Jan Veen · Poetry Cove