Brandt in Liefde.
SAl Brandt, den slechten quant, nu komen voor den dach,
Of isset niet van nood', dewijl hy heeft een slach,
Ten is geen pyne waart sijn saak te weder-leggen,
Al wat hy heeft geseyt, is ander luyden seggen,
Al wat hy schrijft of schelt dat is voor heen geseyt,
Dies moet hy sijn verschoont door sijn onnoselheyt,
Wel Brandt, wel zijt ghy daar: Ik sal wel voor u stryden,
Gh'en hebt om anders daat in 't minste niet te lyden,
Ook prijst ghy onsen Prins die ghy in 't harte laakt,
(Dank heb, o lieve roe, dat ghy goe kind ren maakt)
U saak en lijt geen last, dat weet ik voor ons beyen,
Wat hebt ghy meer gedaan als onse Papegeyen,
Die clappen soo wat na, van 't geen' sy niet verstaan,
Ik stel u neffens haar, gh'en hebt niet meer gedaan,
Dus gaat vry wederom, gaat heen in Nobis rook gat,
Laat vander Veen met vre'en, en seg een ander ook wat,
Gaat Brandt, ghy slechten quant, by Esels ende Muylen,
(Gelijk een Papegey) u ander volk na huylen.