Skip to content
1637

Over-zeesche zege en bruylofts-zangen

Jan Veen

Op de stem:

Lof-sangh Maria.

EY Bruyd'gom neemt int goe, Dat ik dees' leringh doe, Als wijfer t'onderwijsen, Doch ken ik u te recht, Al waarfe noch soo slecht, Ghy foutse lijkwel prijsen.

De gunst volvoert de daat. De liefd' en siet geen quaat. Sy duyt het al ten besten, Doet soo met u vrindin, In stage trouwe min, Van 't eerste tot den Iesten.

Doet ook soo met u vrint O Bruyt weest eens gesint, Doch niet soo blint van ogen En weest, dat ghy het quaat, Dat een van tween mis-staat, Vrywilligh fout gedogen.

Gebedt.

O Schepper groot van macht, U Goddelijke kracht Laat ons gebedt bewegen, Wy bidden met ootmoet, Geest toch in overvloet Dees nieuw Gehouwde zegen.

Verrijk haar met de deugnt, Vercier haar jonge jeught Met een Godt-vresend' levev, De vruchten van dit paar, Wilt minder niet als haar Gebenedyding geven.

Spijft hare zielen met U Goddelijke Wet, Dat bidden wy u t'samen, En als sy zijn volleeft, Door u genade geest Haar 't eeuwigh leven, Amen.

Stuer Recht.

J. vander Veen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Over-zeesche zege en bruylofts-zangen · Jan Veen · Poetry Cove