Skip to content
1637

Over-zeesche zege en bruylofts-zangen

Jan Veen

Tot de nieuvve getroude.

IA, ja, het is te laat daar helpe nu geen praatjes, Daar is geen eersten an, ik segge 't is te laatjes, Ik hope dat het u sal gaan in d'Echten staat, Dat yeder voor syn deel sal seggen 't is te laat, Och waar ik eer in d'Echt met myn soet Lief getreden, Voorwaar ik quam te laat wat leef ik nu in vreden, Wat leef ik nu in vreughd', wat leef ik nu in rust, Ik hebbet na myn wensch, ik hebbet na myn lust, Wat was ik van te voor? och had'ik dit versonnen, Och had' ik dit wat eer wat vroeger toch begonnen, Myn eensaamheyt was droef by dit o! soet versaam, Hy die ontwarren kost den Chaos, in wiens naam

Het alles buygen moet, die stort hier toe sijn zegen, Hy ist en niemant el die 't maken kan te degen, Hy ist en niemant el die daar gebenedijt De wercken uwer hant, de vruchten uwer tijt, De gaven uwes geests, de spruyten uwer minne, De vrede uwes echts, en alle u gewinne, Dien minnelijcke Godt die soo sorchvuldigh klopt Voor onser harten deur, daar voor geen oor' en flopt, Hoort heden sijnne stem ons Harder die komt smeken, Tot sijn behaachlyk volk an-heft hy dus te spreken:

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.