Skip to content
1637

Over-zeesche zege en bruylofts-zangen

Jan Veen

Rey Van d'Over-Ysselsche Jonckvrouvven, Tot lof van de Bruydt.

Op de stem: Si tanto gratioso.

ANna cieraat der Maaghden Van u deughtrijke Faam de Nimphen singen, VVe-sick, die oyt mis haachden U gaven, schoon van ongemeene dingen, Dies uwen roem, O suyver bloem, Reykt wijder dan de wolken, Die hier beneden Wert lof'lijk aangebeden Vande Volken. De Maaghden truirich rouwen, Om dat ghy wilt haar soete gilt verlaten, En wederom de Vrouwen Verheugen sich in blyschap boven maten, Om dat sy weer Der Maaghden eer In haren staat verkrijgen, Dies sy u groeten 'Eerbiedighlijk ontmoeten Ende nijgen. Doen kintf heyt vloot de jaren, Die u vernuft soo wijsselijk inhulden, Vervreuchden haar de scharen, Siende de zeeden die u le'en vergulden, En blyde geest, Die ghy beweest, Daar vreughde plach te wesen, En by den droeven Soo stijlde na 't behoeven, Gansch u wesen. De zeegenrijke stralen Die u den Hemel gaf soo uytgelesen, Die liet ghy weder dalen In d'arme schoot der weduwen en weefen. Een spiegel voor Den vrecken Door, Oft gierige baat-soekers, Die niet en denken Dat nutter dees geschenken Zijn als woekers. Hier uyt is licht te merken, Dewijl ghy weet het onderscheyt der dingen, Wat vrucht van goede werken Ghy inden Echt behoort en moet volbringen, Hierom soo doet Na u gemoet, Gelijk wy al te samen U toe vertrouwen, Voor al op God wilt bouwen Eeuwigh, Amen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Over-zeesche zege en bruylofts-zangen · Jan Veen · Poetry Cove