Schut.
Hier siet ghy recht 't Verkeren spel O vrinden dit verkeert hier wel, Den Prins, op wien dat Brabant knort Die schijnt te wesen uyt het Bort, Ant werpen heeft haar banden vast, En dreycht de Geus met Sweert en Bast, Graaf Jan die is haar steun en stut, Dies wert het tegen ons geschut. Sta by verkeerders kom en siet Is dit een Schut? dat dunkt my niet.
t'Antwerpen op 't Tonneel word' 'sPrincen beelt gedragen Gelijk een dode man verwonnen of verslagen, Na datmen lange wijl sijn beeltenis besach, Soo quammer (na gedaant) een Doctor voor den dach, Men maakte overslach met vele drekx van reden, Des Princen Ingewant dat soude-men ontkleden, Op dat een yeder mocht besichtegen het hert, Het welck van yeder een voor vroom gehouden wert, Dit stelde-men in 't werk. na veelderhande seggen, Men focht met alle vlijt daar 't herte plach te leggen. Maar neen men vond't daar niet, men riep wel wat is dit. Doe wast, soek hier, soek daar, oft ginder niet en sit, 't Was alles te vergeefs, men focht an alle zijen Het gansche Lichaam deur, 't ontbracker an geen snijen. Daar na het quam soo wijt men raakten na bene'en, De dijen worden met de kuyten op gesn'en,
Daar is veel hekeling by dit besoek gerefen, Men seyde sulken Prins, sou daar geen hart by wesen? Ten langen lesten riep een groven lompen siel, Ha ha! hier leyt het hart recht achter in de hiel, Daar kreet-men over hoop, men jouden op den doden, Dat was soo veel geseyt Prins Henderik den bloden, Wat dunkt u van dit spel. ist niet een Sotte kluyt, Maar vrinden toeft noch wat, het spel is noch niet uyt.
Cookies on Poetry Cove