Den Vlaamsen Poët Lieven,
IK komme hier met reverentie, Om ure groeten met eloquentie, Om na mijn inginieuse scientie, Ende begaafde Inventie, Van dese Gehuw'de te maken mentie, By soo verre ik mach hebben credentie, Dus geest my goede audientie, Soo sal ik sonder violentie, Ofte eenighe insolentie, Met alle vrome prudentie, Na mijn uyterste diligentie, Verstaat wel mijn intentie, Haar wenschen dat geen quade influentie Noch venimeuse Pestilentie Haar moghten brengen in decadentie, Maar dat sy moghten met penitentie, Van Sonden doen abstinentie, Soo sal Godt haar doen assistentie, Ende geven een geruste conscientie, Is dat een quade sententie, Ten is niet geseyt by consequentie, Noch by eenighe conserentie, Dat en geest hier geen aparentie, Ik komme ende scheyde met reverentie.
NEen ik laat den Vlaamsen Lieven Houden sijn geleerde Brieven, Ik en ken de Kruyden niet, 'k Houdet met mijn oude Liet, Ghy die biddet voor Poëen, Wilt toch Lieven niet vergeten, Wilt toch Lieven: lieven Heer, Geven geen Geleertheyt meer, Misschien Lieven sou de leken Niet gelieven an te spreken, Nochtans Lieven is de deught, Lieven mennigh Mensch verheught. Lieven is gestijlt op reden, Lieven maakt een Huys vol vreden, Lieven werd' ik nummer moe, DUS ga ik na Lieven toe Want men salder Bruyloft houwen, Lieven is een Vrient van Trouwen. Soete Lieven veel gheluk Jon ik u, en nummer druk, Dese mijnne stomme Bode, Wenscht en wijst wat u van node Is, in desen trouwen staat, Neemt eens acht wat hy u raat.
Cookies on Poetry Cove