Stemme: Het Nachtegaelken kleyne. WEl aen God der Heyrscharen Die van 'sWerelts begin (Door u eeuwighe macht)
Gaft nae wensch om bewaren d'Mensche u wijsheydt in, Doet noch werckende kracht Des Gheestes vol voordacht,
En kenniss niet vervreemen, Soo blijft en zal Eendracht In Liefd' volcoom toe-nemen, Ja bloeyen dach en nacht.
Ghy die doen met verstande Vervulden d'herten rijck, Deughdelick hebt bekleedt, En gaven veelderhande
Toeliet sonder beswijck, Heerschappy erven deedt Over wat d'Hemel breedt Begrypt, die, die u vreesen
Doet vryen soomen weet 'tVaderlandt blijft in wesen, Dat d'tydt danck'lijck besteedt. Door weldoene aenschouwen
Wy dit lust-foreest-Hof Uw' wonder wercken goedt, Die de gheboden houwen Des gheloof t'uwen Lof,
Trouwe behaeghlijck voet, Mits d'krachtighe kracht doet Verworden quaet opsetten, Vernieuwende 'tghemoedt,
Jont thouwen uwer Wetten, En blyvende voorspoet. Veel raedtgevers wilt gheven Ghelijck zynde u Woort,
Betrachters der Waerheydt, Voor-gangers van vroom leven Als die draghen recht' voort Inder herten bereyt
De Reghels der bescheydt Een ghemeynte vol hopen Levende toegheleydt, Die ghy hebt onverlopen
Rust en Vreed' toegheseyt. Prince. Nu Prins dit sal inbringhen Die smooren ydel Eer
Voorspoet bestendigh ziet De Kroon der welstandinghen Godtvruchtigh vanden Heer, Met Borgherlick ghebiedt,
En behulp'lick gheniet Wt Jonsten by d'Goudsblomen Begreepen, ons gheschiet Gheduerigh als den Vromen
Eendracht door Godts onthief. Wt jonsten begreepen. Per Hucaszoon Zas. Godts Wet,, Is net.
Cookies on Poetry Cove