Plegtige intogt van Sint Nikolaas.
Daar rijdt hij de stad door,
Op 't prachtigst gekleed;
Zijn knecht draagt de geldkist
O, zie hoe hij zweet.
Het regent er bloemen,
Elk jubelt en juicht,
Terwijl zich Sint Niklaas
Op 't vriendelijkst buigt.
Één echter verschuilt zich,
En tracht hem te ontvliên,
't Is Willem, een domoor,
Maar 't wordt ras gezien.