Skip to content
1738

Het toneel der snaaken

Jan Pietersz. Meerhuysen

Tot den Leezer. DEse Letter-gift is gestoffeert meer dan met eenderhande Kruydt. Het is een Lusthof vol soetigheydt, jaa een Tuyn met veelerhande smaak der vruchten, jaa een ontlossinge der swaarhoofdigen gepeyns. Ik mag met recht segge, een scherppinge voor de Jeugt, om van alle toevallen yet weerbaar te wesen. Die dan lust heeft om dese weyni-ge bladeren te doorsnuffelen, vertrouwe niet of hy salder yets in vinden, dat hem mogt aangenaam in de ooren wesen. Doch ik verhope dat dese weynige bladeren niemand en sal houden voor sijn Euangely, en nemen 't in de Kerke, voor een Psalmboek: als 'er seker Snyder over een wyl te Kerk quam, en had een Boek van Aesopus voor een Gety-boekjen in de hand: alsoo hy gewoon was, dat in sijn boekje Heyligjes moesten wesen. Daarom leesgierige Leser, gaat met maten in weereldsche dingen. 't Is waar? De boog, soo 't spreekwoort is, kan niet altijd gespannen staan: men kan ook altijd niet wat statigs lesen. De humeuren strekken ook somtijds tot yet koddigs, doch in 't Toneel sal U L. de Wereldt door kunnen sien: gy sult 'er in vinden yet geestigs, yet koddigs, yet leersaams, yet onstigtigs: Maar die tot het een ofte 't ander niet mogt gesint weesen, slaa dat voorby, het ander sal u lichtelijk smaaksamer wesen. Ik denk genoeg geseyd tot dese weynige bladeren, doch gy sult 'er ook in vinden de koddigste toevallen van Mr. Huyg Peters, alsoo in dit Toneel der Snaken wel te pas komt. Hier mede eindige ik, ende zijt van den Schryver gegroet.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.