Uit Weenen, den 18 dito.
Eer dat de handeling by de geallieerden
Sijn voortgang spoedig nam, so quamen in dit Rijk,
Hoewel sy haar in 't meest of minste niet beseerden
Door d'hooge vloed der Water-landers op de Dijk:
Die door een sterke drift geraken aan het hollen,
Het welk voor eenigen een groote droefheyd scheen.
Maar doe de Dijk graaf sag het soete neder rollen
Der soute druppelen, begon hy, wel te vre'en,
De Bersch te stoppen, en de snelle vloet te stutten:
Waar door men datelijk van 't water wiert verlost,
Soo dat de storm, die hy met macht hier socht te schutten,
Te Lacchen ophiel, die te Weenen was begost
Dit gaf soo grooten vreugt by al de bond-genoten,
Dat hy in dit contract alleenig wierd besloten.