Skip to content
1738

Het toneel der snaaken

Jan Pietersz. Meerhuysen

Uit Weenen, den 18 dito. Eer dat de handeling by de geallieerden Sijn voortgang spoedig nam, so quamen in dit Rijk, Hoewel sy haar in 't meest of minste niet beseerden

Door d'hooge vloed der Water-landers op de Dijk: Die door een sterke drift geraken aan het hollen, Het welk voor eenigen een groote droefheyd scheen. Maar doe de Dijk graaf sag het soete neder rollen

Der soute druppelen, begon hy, wel te vre'en, De Bersch te stoppen, en de snelle vloet te stutten: Waar door men datelijk van 't water wiert verlost, Soo dat de storm, die hy met macht hier socht te schutten,

Te Lacchen ophiel, die te Weenen was begost Dit gaf soo grooten vreugt by al de bond-genoten, Dat hy in dit contract alleenig wierd besloten.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.