Uyt Lijflant, den 18 dito.
Naar dat hier 't aartrijk door de droogt
Gescheurt is, en van een gespleten,
Soo heeft men schijnt hier uyt beoogt
Een groote schaa voor d' ingeseten.
En om dit voor te komen, heeft
Men door inventien van buyten
Het water, dat de Beek ons geeft,
Daar over en daar in doen spruyten,
Waar door dit opgescheurde Land
In korten wel meer toe mogt loopen,
En schieten spruyt by-spruyten: want
Wy moeten altijd 't beste hoopen.
God geev' ons d' eerste spruyt in 't jaar,
Op 't alderminste thien pond swaar.