II.
'k Had jaren rondgezworven -
En was te land en zee
Getrokken en getogen....
Nu wenschte ik rust en vreê.
En toen ik op het plekje
Daar achter 't Kerkje kwam,
Stond er mijn rozestruikje
Gegroeid tot rozestam.
Maar zie! een twééde stond er
Zich strenglende er door heen,
En vlocht zijn witte rozen
Vast met mijn roode ineen!