Skip to content
1865

Al de volksdichten. Deel 1

Jan Pieter Heije

II.

Door wingerdloof omhangen Zit in haar kleine tuin Een vrouw, met bleeke wangen En lang vergrijsde kruin; Verdoofde ook zorg en smarte Der vriendlijke oogen glans.... Toch drukt Zij aan haar harte Mijn tweeling-rozenkrans.

En - in gepeins verzonken Denkt zij aan 't kinderpaar Dat God haar had geschonken Voor menig, menig jaar; Denkt ze aan mijn lieve Zuster, De lelieblanke roos, Die reeds voor de Aard - zij rust er... Den hof des Hemels koos.

Denkt ze aan den wilden jongen Die haar zijn rozen bood En... stil door 't loof gedrongen Nu neerknielt aan haar schoot, Of zij (met vroom verrukken) Hem, thans haar éénig kind, Aan 't moederhart mogt drukken Dat Hem het méést bemint.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Al de volksdichten. Deel 1 · Jan Pieter Heije · Poetry Cove