Skip to content
1865

Al de volksdichten. Deel 1

Jan Pieter Heije

II.

En Jonker Gerard reed zijn' weg En jaagde heel den dag, En keerde 's avonds weêr door 't woud, Waar hij den Ridder zag:

'Wel, jager! kent gij dezen ring?’ Zoo sprak de Ridder stout: 'Blaauwbloemeken staat in den knop, De ring is louter goud!’

- Bijlo! dien ring en ken ik niet, Hij is niet van mijn Vrouw, Ik zweer het bij mijn Ridderwoord En bij mijn Riddertrouw. -

'Wel, Jonker! zweert gij bij uw woord En bij uw Riddertrouw,.... Blaauwbloemeken staat in den knop En 't cijfer van Uw vrouw!’

De Jonker wierp zijn' handschoê neêr En streed met lans en zwaard; De vreemde Ridder stortte neêr En stortte dood ter aard'.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Al de volksdichten. Deel 1 · Jan Pieter Heije · Poetry Cove