V.
Vrouw Machteld totter galgen reed,
En sprak: (ze snikte daar ze 't deed)
'Och! zult ge om mij nu sterven!’
- Nu Gij den laatsten groet mij bood,
Nu wil ik sterven dezen dood,
Al sterve ik ook onschuldig. -
'Ik heb nog zeven broeders groot,
Die zullen wreken uwen dood...
En wreken zevenvuldigl’
- Dàt wil ik zeêglen met mijn bloed,
Dat ik onschuldig sterven moet
Voor stille, kuische liefde! -
'Mijn haar zal ongevlochten staan,
Mijne oogjes niet meer spelen gaan,
Mijn mond zal niet meer lagchen!’