Skip to content
1865

Al de volksdichten. Deel 1

Jan Pieter Heije

II.

Bij 't keeren.

Mijn Lief gaf, toen ik henen ging, Me een' ring Van louter goud, met hair omwonden; En 'k draag dien aan een zijden koord Gebonden Op 't hart... waar hij behoort.

En in dat ringsken zit een kracht En magt, Waardoor mijn geest zich voelt getrokken, Als had mijn Lief me, met de vlecht, Dier lokken, Voor vast aan zich gehecht.

'k Heb vrij wat leeds al op mijn pad Gehad En vrij wat liefs er al ontvangen; Maar lief en leed, maar zoet of zuur Blijft hangen, Noch boeit mij op den duur.

Naar huis!... dáár wacht een minlijk hart Met smart Het uur, dat mij terug zal voeren; Opdat nog heil'ger band ons zou Omsnoeren: - De ring van Echte Trouw.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Al de volksdichten. Deel 1 · Jan Pieter Heije · Poetry Cove